

De Maori
Maori kunst is bij uitstek symbolisch van aard. De Maori kenden van oorsprong geen schrift en gaven hun geschiedenis door in de vorm van lange stijlvolle liederen (waiata) en dansen (Haka). Ze ontwikkelden hooggewaardeerde artistieke tradities zoals houtsnijwerken (Whakairo Rakau), tatoeages (Moko) voor de elite en kleding (Kakahu) gemaakt van bond, vlas, veren en andere materialen.
Jade (Pounamu) was van hoge waarde voor de Maori. Jade werd gevonden op het Zuid-Eiland van Aotearoa, ook wel Te Wahi Pounamu (de plaats van Jade) of Te Wai Pounamu (het water van Jade) genoemd. Aangezien Jade voornamelijk werd gevonden over de bergpassen aan de Westkust, duurden de expedities om de Jade te verzamelen vaak maanden. Het was niet gemakkelijk de steen te bewerken met het primitieve gereedschap van die tijd. Toch kregen de Maori het voor elkaar uitzonderlijke werken te produceren. Volgens de traditie wordt Jade gekocht als geschenk voor iemand anders, niet voor jezelf.
Polynesiërs, de latere Maori, arriveerden in Aotearoa (Nieuw Zeeland) in een serie migraties over verschillende generaties vanaf ongeveer AD 1000. Verdreven uit hun eigen land door een tekort aan grond of door religieuze oorlogen, vonden de pioniers op hun grote reizen per kano in Aotearoa de mooie eilanden met een gematigd klimaat. Landbouw was niet erg ontwikkeld in deze beginperiode. Misschien kwam dit doordat het klimaat zoveel kouder was dan het Polynesische vaderland.
De wijdverspreide landbouwcultuur, gebaseerd op de geïmporteerde kroppen kumara, taro en broodwortelen ontstond pas later. Deze tweede vestigingsperiode wordt vaak de klassieke tijd van de Maori genoemd (ongeveer 1300-1500) en werd mogelijk gemaakt door de ontwikkeling van een intelligent systeem om de wortels van de gewassen te beschermen tegen vorst.
In 1642 zeilde de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman langs de Westkust van Aotearoa en doopte het land ´Nieuw Zeeland´ naar de Nederlandse provincie Zeeland. De Nederlanders lieten dit land echter verder met rust tot de Britse kapitein James Cook in de Endeavour rond de eilanden zeilde in 1769. Het verdrag van Waitangi in 1840 betekende de annexatie van het land door Engeland. Nieuw Zeeland telt tegenwoordig rond de 3.8 miljoen inwoners, daarvan is ongeveer 13.8% Maori.
De Maori samenleving was, en is tot op zekere hoogte nog steeds, tribaal. De Maori identificeren zich in termen van hun íwi (stam). De stam wordt vaak genoemd naar één van de voorouders, bijvoorbeeld Ngati Kahungunu (de afstammelingen van Kahungunu).
De vier pilaren van de Maori maatschappij zijn spiritualiteit, land, gastvrijheid en voorouders.
Spiritualiteit (Wairu)
De Maori religie was complex met verschillende Goden die de zee, lucht en landbouw vertegenwoordigen. Spiritualiteit was belangrijk in alle aspecten van het dagelijks leven. Essentieel in het Maori geloof waren de noties van Mauri (actieve levenskracht), Wairu (de ziel) die aanwezig is in alle dingen, en mana (persoonlijke spirituele kracht of prestige). Alles was vervuld van Mauri, maar met de dood was het de wairu die naar de spirituele wereld ging.
Land (Whenua)
Geografische kenmerken als ´maunga (bergen) en ´awa´(rivieren) gaven vaak de grenzen aan tussen stammen en waren belangrijke genealogische aanwijzingen. Veel bergen waren gepersonifieerd en hadden een rol in mythen en verhalen. Zelfs tegenwoordig nog, heeft iedere stam van de 160 stamgroepen één of meer geheime maunga. Stammen Whakapapa (stambomen) verwijzen altijd naar namen van bergen, aangezien deze een belangrijk onderdeel vormden van het sociale netwerk.
Gastvrijheid (Maanaki)
Gastvrijheid is een zeer belangrijke pilaar van de Maori maatschappij. De samenleving is gebaseerd op het principe dat mensen het allerbelangrijkst zijn in de wereld.
Voorouders (Tipuna)
Verering van voorouders was belangrijk. In afwezigheid van het schrift, gingen lange whakapapa honderden jaren terug naar de mensen die aankwamen per waka vanuit hawaiki. De mensen hielden toegewijd herinneringen vast in de vorm van lied en dans. Whakapapa definieerde banden met voorouders en familie en bepaalden daarmee ieders plaats in de stam. De Maori zagen zichzelf niet als individu maar als onderdeel van de collectieve kennis en ervaring van al hun voorouders.