
Noord-Amerikaanse indianen leefden in stammen. Stammen die van de jacht leefden, woonden in wigwams of tipi’s en hadden geen vaste woonplaats. Stammen die van de landbouw leefden hadden wel een vaste verblijfplaats. Doordat de stammen onderling weinig contact hadden ontstonden er verschillende indianenculturen. Over het algemeen werden de stammen bestuurd door een raad van oudste en dapperste mannen. Anderen door alleen 1 leider.